JONVELLE 1997-2022

Vijf en twintig jaar is het geleden dat Mathieu gekozen heeft om in de rue Raymond Bertrand nr.16 een deels gerenoveerde woning te kopen. De hele historie van dit pand is moeilijk te achterhalen. Wel staat boven de voordeur het jaartal 1761 gegrift. Dat sprak hem aan, omdat de toren van het kasteel van Arcen ook dit jaartal 1761 siert!

In de archieven in Besançon vond hij enige informatie over de bouw van boerderijen in deze omgeving. De beschikking hebben over water was en is nog altijd van cruciaal belang voor mens, dier, vogels en planten. Zeer waarschijnlijk is reeds rond 1250 een groot gebouw verrezen op dit domein. Na enig speurwerk ontdekte Mathieu de aanwezigheid van een waterkelder in het oudst bewaard gebleven bouwwerk. Thans in gebruik als atelier voor de vervaardiging van zijn imitaties van de rotskunst in Afrika en Europa. Tijdens de schoonmaak van deze ruimte ontdekte hij dat een grote steen in de vloer bewoog. Toen hij deze optilde, bleek er een koker van 30 x 30 cm naar de diepte te leiden. Met een lamp en een spiegel was het betrekkelijk eenvoudig om vast te stellen dat deze koker in verbinding stond met een onderaardse kelder . Een ontdekking, waar een archeoloog nog diverse vragen over zou kunnen stellen.

Jonvelle beschikt over een eigen watervoorziening voor alle bewoners. Dit betreft een bron aan de overzijde van de Saône rivier die in de tweede eeuw ontdekt is door een Romeinse landheer . Hij heeft daar toen een Romeinse villa gevestigd. Thans is daar het museum van Jonvelle gevestigd, waar deze bron beschikbaar was voor de badruimte en stellig ook voor mens en dier in dit landgoed. Het huidige dorp Jonvelle wordt voorzien met het water van deze bron, via een pijpleiding die de Saône rivier kruist. Een knappe constructie. Opmerkelijk is dat de opslag van het water uit deze bron in het dorp , op gelijke hoogte ligt van de waterkelder in mijn domein.

Een kuip in het atelier is gebouwd voor de opslag van water. Met een pomp kon water in deze kuip worden gepompt via een buis. Waar zou de toegang zijn naar deze waterkelder? Aan de voorzijde van het atelier bleek een deksel te liggen op een vierkant gat van 60 x 80 cm. Duidelijk een oude constructie, maar volgestort met stenen, zand en allerlei rommel. Met een katrol kon je een emmer vullen en de inhoud vervolgens naar elders afvoeren. De eerste meter bleek eenvoudig op te hijsen. Waarschijnlijk was dit gat niet lang geleden volgestort bij de renovatie van de woning. Interessant was echter of dit gat toegang zou kunnen verschaffen tot de waterkelder. Met de hulp van een ladder kon het afval , stap voor stap, naar boven worden getild. De wanden van dit gat waren in een ver verleden met stenen zeer solide gestapeld. Een lamp werd in de waterkelder gehangen. Op een diepte van 3 meter in het gat werd het schijnsel van de lamp zichtbaar. Het was duidelijk dat via dit gat de waterkelder bereikt kon worden. Het had veel inspanning gekost om deze diepte van 3 meter te bereiken. De beschikbare ladder was 3,5 m. Er verscheen een opening in de muur naar de waterkelder. Daar kon je door heen kruipen om foto’s te maken van de kelder. Via de buis die gebruikt werd voor het oppompen van het water kon je met een touw en een stukje lood, de hoogte van de waterstand, ruim een meter. Er sijpelde water uit de bron; niet veel maar wel regelmatig in de zomer van 2000. Het ophijsen van het afgedankte bouwmateriaal en andere rommel in het gat werd gestaakt. Wel is er een pomp gekocht en een waterslang van 6 meter om het water op te pompen. Dat is ook gelukt, maar daar is verder weinig gebruik van gemaakt voor de tuin. Het bleek natuurlijk veel eenvoudiger om het regenwater via het dak op te vangen in een buitenbad. Met de beschikbare stenen kon dat buitenbad worden gebouwd, naast het terras. Dit water kon gebruikt worden voor de planten in de tuin. Dit buitenbad kon ook gereinigd worden omdat er een stop was geplaatst aan de onderkant van het bad. Als je deze los trok stroomde het water in de oude put voor de afvoer van het regenwater op het erf. Het water verdween in de grond. Maar hoe kwam het nu in de Saône rivier, die circa 30 meter lager was gelegen?

Mathieu ging dit voorleggen aan twee oude bewoners van Jonvelle. Bernard Hoyet was zijn eerste aanspreekpunt tijdens de verwerving van dit domein. Ook bleek hij goed op de hoogte te zijn van de verdeling van de grond tijdens de ruilverkaveling van dit dorp. Hij beschikte over gedetailleerde kaarten van het kadaster, ook van alle tuinen binnen de oude stadsmuur van Jonvelle. Hij kwam meteen op bezoek, om naar de toegang tot deze oude waterkelder te kijken. Hij was daar niet van op de hoogte, maar vond het knap dat wij met een lamp de verbinding tussen de kelder en het gat aan de buitenzijde van het atelier hadden kunnen vaststellen. Ook was hij verrast om naar de videobeelden en foto’s te kijken van deze waterkelder. Omdat deze bron op een hoogte van circa 30 m boven de waterspiegel van de Saône lag, zou het mogelijk kunnen zijn dat het water vroeger ook benut werd door bewoners van lager gelegen huizen langs de hoofdstraat. Op een oude tekening van Jonvelle , vervaardigd in 1595, staan duidelijk huizen met een of twee etages die uiteraard ook behoefte hadden aan water voor mens en dier. Technisch zou het stellig mogelijk zijn om in iedere tuin van deze huizen een opvangbekken te bouwen voor de opslag van water.

Aan de overzijde van mijn domein aan de hoofdstraat staat het vervallen gebouw van het voormalige slachthuis. Slager Pierre Ravier was al vele jaren geleden overleden, maar zijn vrouw Lucienne was lid van de “Club du 3ème Age”. Daar was Mathieu ook lid van, vooral om oudere bewoners te leren kennen en naar hun verhalen te luisteren. Aan de keukentafel van Lucienne hoorde hij het wel en wee van diverse families in het dorp. Zij was in 1947 getrouwd en kende als beheerder van de winkel van de slagerij iedereen in dit dorp.

Tijdens een van onze gesprekken, vertelde zij het opmerkelijke verhaal dat enige vissers in het dorp altijd graag wilden weten wanneer Pierre een rund of een varken zou gaan slachten. Dan zochten zij een geschikte plek aan de rivier waar het afvalwater met bloed gekleurd was en kennelijk zeer geschikt om vissen te lokken. Hoewel inmiddels al bijna 80 jaar oud, kon zij tamelijk nauwkeurig de plek beschrijven waar dit afvalwater van de slachterij in de Saône stroomde. Dat betekende dat er een vaste baan moest bestaan in de ondergrond van de slachterij via diverse tuinen tot de monding aan de rivier. Een belangrijke extra informatie was dat er enkele meters voor de rivier een kleine bron was waar het afvalwater het oppervlak bereikte. Tijdens een regenbui moest deze bron thans nog te vinden zijn. Dat leverde een aardige speurtocht op, met als doel deze bron te zoeken. Voor de start van deze speurtocht had Mathieu een grote fles rode ranja in zijn buitenbad gegooid en vervolgens de stop er uit getrokken, zodat dit bad met minstens 100 liter gekleurd water naar beneden zou stromen. De kleine bron is gevonden, maar vissen bleken geen interesse te hebben voor het water wat nu uit de bron naar de rivier stroomde.

Naast deze waterkelder in het achterhuis is ook een oude wijnkelder aanwezig aan de straatzijde . Vanaf de hoofdstraat kun je daar naar binnen klauteren en kom je in een grote ruimte van circa 6,5 x 4,5 m. Deze kelder is waarschijnlijk gebouwd rond 1750. Jonvelle was tot 1640 een belangrijk knooppunt in deze regio. De geschiedenis van Jonvelle is beschreven in een boek waarin de historie vanaf de Romeinse tijd is vastgelegd tot circa 1900. In 1641 hebben Franse troepen de Spanjaarden in Jonvelle verslagen, het kasteel en vele boerderijen in brand gestoken en de bewoners verdreven. Dat is een zwarte bladzijde in deze nederzetting. Waarschijnlijk heeft het tot circa 1750 geduurd alvorens met de wederopbouw is begonnen.

Via een trap onder onze keuken, kun je deze ruime oude wijnkelder ook bereiken. Dat is eenvoudiger voor het aftappen en afsluiten van het water in de herfst. Het afgetapte water stroomt dan weg in de uiterste hoek. Tot heden is nog niet nader bekeken, hoe groot dit gat is en hoe snel het water wegstroomt in de grond, op weg naar de Saône. Dit afvoergat is te vinden in de rotswand aan de achterzijde van de kelder. Is dit gat er in gehakt of natuurlijk gevormd in een ver verleden? Van de keuken loop je door de woonkamer naar de deur, die toegang geeft tot de tuin. Als je daar op de stenen klopt, lijkt het of er een holle ruimte zou kunnen zijn in de ondergrond, mogelijk met een verbinding naar de waterkelder. Een plattegrond van het omvangrijke gebouw wat op de tekening van 1595 werd weergegeven is helaas niet beschikbaar. De kavel was veel groter in 1595. Deze kavel is waarschijnlijk gesplitst tijdens de wederopbouw rond 1750. In de archieven in Besançon was geen kaart te vinden van de woonkavels in Jonvelle in 1595. Wel is aan de buitenmuur van de schuur en atelier duidelijk te zien dat daar een verbinding is gemaakt. De ruimte in de schuur waar nu de wasmachine staat was vermoedelijk een deel van het voormalige hoge gebouw in 1595. De oude balken zijn niet verbrand maar deels wel aangetast in de loop der jaren tussen 1641 en 1761. Een eiken balk is daar 20 jaar geleden als stut geplaatst onder één ernstig aangetaste balk, naast de deur. Het zou interessant zijn om verder te speuren in de waterkelder. Een belangrijke en veilige stap zou kunnen zijn om met een motorpomp het water uit de kelder leeg te pompen. Dan lijkt het mogelijk om de vloer te bereiken en na te gaan of het water naar elders kan stromen. Een andere optie is om het regenwater van het dak te storten in de kelder om te ontdekken of er een overloop is voor de afvoer van overtollig water. Uitvoering van dit experiment lijkt ook haalbaar.

Naast de tuin op dit domein, was ook een kavel van 300 m2 toegevoegd, 4 meter breed en 75 m lang. Deze wordt vooral benut als stortplaats voor het keukenafval , groenafval na het snoeien en het verwijderen van bladeren en resten van planten. Deze “buitenhof” ligt op een afstand van circa 400 m van ons domein. Via de hoofdstraat betreft dit een korte wandeling. Als Mathieu het huis van René Bernard passeerde werd hij soms uitgenodigd om even aan te schuiven en een glas mee te drinken. René Bernard was geboren en getogen in Jonvelle en kon uitvoerig vertellen over het wel en wee van zijn leven in dit dorp. Zijn vader had hem en zijn broer circa 2 ha toebedeeld toen hij trouwde, rond 1950. Als boer en handige zakenman had hij zijn gemengd bedrijf behoorlijk kunnen uitbreiden tot circa 25 hectare. Zijn woonkavel, met schuur en stallen in Jonvelle had een oppervlak van ruim 900 m2. Aan zijn zoon Christiaan had hij 8 ha overgedragen; deze had op dit terrein een geitenboerderij gevestigd. Zijn twee dochters Christine en Danielle waren naar Besançon en Parijs getrokken . Christine was met de zoon Bibi van de oude molenaar getrouwd en beschikte over een eigen huis op 50 m van zijn domein. Danielle heeft circa 40 jaar in Parijs gewerkt, maar had de voormalige woning van haar grootmoeder overgenomen en is nog altijd de behulpzame buurvrouw van Mathieu en Martine.

De vrouw van René Bernard is rond 2000 overleden. Ieder bezoek werd door hem zeer op prijs gesteld. Hij was ook meteen bereid om vragen te beantwoorden en zijn verhaal met instemming vast te leggen op een videoband. Toen Mathieu deze band terug speelde in zijn woonkeuken, zat hij glunderend voor zijn televisie. Hij voegde er zijn eigen commentaar aan toe. Vooral zijn rol als chauffeur van generaal Charles de Gaulle tijdens de Tweede Wereldoorlog werd als toneelstuk gepresenteerd. Of dit verhaal waar is, heeft Mathieu niet kunnen controleren, maar zijn enthousiasme was zeer te prijzen.

Hij bleek ook goed op de hoogte te zijn van de waterkelder in het achterhuis van Mathieu. In het atelier waren 3 schoorstenen, die dienden voor de bereiding van sterke dranken. Het benodigde water werd in het verleden opgepompt uit deze waterkelder. Waarschijnlijk was het atelier rond de tijd van Napoleon al in gebruik voor de productie van diverse soorten sterke drank, onder meer “eau de vie”. Op een oude foto van Jonvelle is duidelijk te zien dat er toen een zolder was boven het huidige atelier. René Bernard vertelde mij dat er brand was uitgebroken , tijdens de vervaardiging van drank. Het had veel moeite gekost om deze brand te blussen, rond 1965 (?). De sporen van deze brand en brokstukken van het verbrande hout lagen nog in de schuur. Mathieu heeft deze restanten deels bewaard.

Rond 1970 heeft een ouder echtpaar besloten om zich in dit domein te vestigen. De renovatie van de woning aan de voorzijde is toen uitgevoerd. In de keuken en ook in de kamer is een schoorsteen gebouwd. De voormalige open haard is gesloopt . Daar is toen een badkamer en WC ingericht. Vervolgens is ook een CV ketel geplaatst en een groot reservoir van 3000 l voor de benodigde stookolie. Dit reservoir staat nog altijd in de schuur en wordt op gezette tijden deels gevuld. De firma Chaudron in Vauvillers heeft rond 2000 een nieuwe CV ketel geplaatst en ook drie nieuwe radiatoren geplaatst op de begane grond. Twee radiatoren op de eerste etage zijn gerepareerd en nog steeds geschikt om beide slaapkamers te verwarmen. Rond 2010 is op deze eerste etage een douche en WC geplaatst door de loodgieter van het dorp, Joël Boulanger.

In het achterhuis is op basis van de oude foto uit 1965 een nieuw dak gelegd door dakdekker en buurman Dominique Aubert. De nieuwe ruimte wordt door Martine gebruikt als atelier. Ook is er een 2 persoons bed geplaatst waar gasten kunnen overnachten, met fraai uitzicht over het dal van de Saône en het dorp Jonvelle.

Het ECOPARC in Cendrecourt

Tijdens een verkenning van enige dorpen in het dal van de Saône, reed Mathieu met in juli 2007 van Ormoy in naar Cendrecour. Dit is een fraaie bosrijke omgeving met enige weilanden langs het kanaal. Op een afstand van circa een kilometer van de kerktoren van Cendrecourt, hing een bord aan een eikenboom met de aankondiging dat de eigenaar van dit terrein 8,5 ha grond wilde verkopen. Een afspraak bleek spoedig te maken met deze eigenaar, François Faust. Zijn boerderij stond ook te koop voor 80.000 EURO. Aan de keukentafel in deze boerderij toonde François hem de kadastrale kaarten van zijn bezittingen, ook de 3 kavels, samen 8,5 ha, die hij nu wilde verkopen. Hij was niet getrouwd en had geen erfgenamen. Na zijn dood zou zijn bezit vervallen aan de Franse Staat. Hij wilde het magere ouderdomspensioen wel wat ophogen, door stap voor stap zijn bezittingen te verkopen. Samen togen zij op stap om deze 8,5 ha nader te verkennen. Een hectare lag aan de Saône-rivier; dat liet hij maaien door een boer die het hooi kon gebruiken voor zijn dieren. Het tweede perceel van 4,5 hectare was deels weiland en deels bos. Daar kon je een fraai buitenverblijf bouwen en twee paarden laten lopen voor het onderhoud van het weiland. Het derde perceel, ook deels weiland en bos van 3 ha, werd begraasd door twee runderen van hem. Op dit terrein is ook een waterput van circa 7 m diep. Op dit terrein stonden ook 4 notenbomen die vol hingen met vruchten. Dit perceel van 3 ha ( 300 x 100 m) heeft Mathieu gekocht. In de voorbije 15 jaar zijn aldaar diverse activiteiten uitgevoerd. Op de waterput is een pomp geplaatst, 5 fruitbomen zijn er geplant, twee bospaden zijn aangelegd en ook een korte “jeu de mail baan” .

Als herinnering aan onze oude vriend, de Witte Pater François Dornier, is een klein museum door ons gebouwd. Tijdens de viering van zijn 100ste geboortedag op 26-8-2013 waren drie familieleden aanwezig bij de opening van dit museum in het ECOPARC.

Ook is er een poging gedaan om een ruim aantal tegels met imitaties van rotstekeningen te plaatsen op een beschutte plek, op de rand van weiland en bos. De plaatsing van 15 tuinschermen in deze galerie is wel gelukt, maar de krachten van storm, hagel en regen bleken toch te sterk. Tijdens de winter werden de tegels bewaard, deels in het museum en deels in een caravan die Roger op een “vide grenier” had gekocht. Eerder was op deze jaarlijkse markt in Jonvelle een wanmolen gekocht. Deze is in de nabijheid van de galerie geplaatst, dankzij de vlijtige assistentie van 4 leden van de Association le Foyer , (de museumvereniging van Jonvelle waar wij ook lid van zijn).

Het maaien van het hoofdpad bleek niet eenvoudig. De buurman van onze vrienden Karel en Sylvia in Cendrecourt heeft dit twee keer uitgevoerd met zijn tractor. Ook leverde hij ons 3 vrachten bouwstenen die zeer geschikt waren om de fundering van het kleine museum te bouwen. Daarna verwees hij ons naar Alexandre Cuny , die nog bezig was met zijn opleiding voor het bedrijf van zijn vader. Mathieu liep voor hem uit door het hoge gras; hij volgde met zijn grote tractor en maaiapparaat. Zo kwam er een fraai pad tot stand. Hij ontweek alle jonge notenboompjes, zodat er ruim circa 40 notenbomen zijn gegroeid die al noten dragen. Tijdens de COVID pandemie bleek hij geen tijd meer beschikbaar te hebben voor het jaarlijks maaien van het hoofdpad. Tijdens een zeer krachtige storm in 1999 zijn er grote acacia bomen omgevallen. Diverse takken zijn echter blijven groeien omdat de wortels nog steeds diep in de grond verborgen liggen.

Onze vrienden Karel en Sylvia hadden in hun eigen tuin 15 zaadjes van een Sequoia boom op laten groeien, met als resultaat 12 kleine plantjes, 20 tot 30 cm hoog. In hun eigen tuin wilden zij er maar één door laten groeien, want zo’n boom kan wel 30 m hoog worden en diverse eeuwen blijven staan. De oudste bomen in het Nationaal Park in California worden geschat op een leeftijd van circa 2500 jaar !

Zij hadden enige boompjes in hun vriendenkring verdeeld. De vraag aan ons was of wij er ook enige konden laten groeien in het ECOPARC of in de Buitenhof in Jonvelle. Zij hebben er twee geplant in het weiland die inmiddels na 8 jaar een hoogte hebben bereikt van circa 6 en 7 m hoog. Mathieu heeft er ook een geplant in de Buitenhof.

Vijf fruitbomen zijn door Sraar Grubben in het weiland van het Ecoparc geplant. De pruimenboom hing heel vol in 2021, maar de perenboom leverde slechts 3 peren. De grond is kennelijk minder geschikt voor fruit, hoewel wij volop genoten hebben van de pruimen. In onze tuin in Jonvelle is al 20 jaar geleden een appelboom geplant , vooral voor een schaduwrijke plek in de zomer. Later is er ook een kersenboom geplant die heerlijke kersen levert. Vrij recent , in 2018 ook een vijgenboom die reeds talrijke vruchten levert.

Omdat er bij de aankoop van het ECOPARC al 4 notenbomen stonden hebben kleine dieren vele kansen gekregen om een wintervoorraad aan te leggen. Maar zij hebben ook op talrijke plekken noten verstopt en kennelijk niet terug gevonden. Zo zijn er ieder jaar kleine plantjes gaan groeien, met als gevolg dat het weiland steeds meer een notenbos lijkt te worden. In 2022 waren enige bomen zover gegroeid dat zij al noten produceerden. Waarschijnlijk zijn er, naast kleine dieren, thans ook andere kapers voor de noten.

Dat betreft dan vooral wilde zwijnen die vermoedelijk hun eigen domein hebben ingericht. De sporen naar dit domein zijn duidelijk zichtbaar, maar op klaarlichte dagen vertonen zij zich niet. Deze dieren hebben ook een vluchtplek naar het aangrenzende territoir van circa 2 ha van de gemeente Cendrecourt, waar ook een modderpoel is. Wij hebben daar ook een slingerpad aangelegd. Als je dit pad volgt, kun je diverse sporen van dieren zijn. Tijdens een van onze wandelingen , sprongen er twee grote herten op en sloegen op de vlucht. Hun slaaplek was veilig gekozen in het struikgewas achter een grote boom die daar was neergestort. Dat bracht Mathieu op het idée om een beschutte plek te bouwen in de nabijheid van de gekozen plek van de wanmolen. Soms waren wij ook in Jonvelle in de maand januari; als er sneeuw was gevallen kon je dan de sporen beter waarnemen in het ECOPARC. Hij was verrast om duidelijke voetsporen te zien die naar deze beschutte plek liepen, waarschijnlijk van reeën. Meer kennis van uitwerpselen van dieren zou nuttig zijn. Met boswachter Jean Pierre, thans met pensioen, hoopt hij enige keren rond te lopen en foto’s te maken van waar te nemen sporen. Dat levert waarschijnlijk ook suggesties op om op geschikte plekken, schuilplaatsen in te richten met aanwezige takken en gevallen bomen.

Tijdens een overnachting van ons in de caravan, kun je soms wel geluid horen van reeën en herten die in de nabijheid grazen. Als je rond 4.00 in de ochtend je neus buiten de deur van de caravan steekt, zie je meestal enige dieren wegsprinten. Mathieu heeft op enige plekken openingen gemaakt in de omheining van het weiland door het prikkeldraad over enige meters te verwijderen. Daar wordt duidelijk gebruik van gemaakt. Runderen van buren die aan beide zijden van zijn terrein grazen, slagen er soms in om uit te breken uit hun weiland en rond te dwalen in het ECOPARC. Zij zijn welkom, maar moeten wel weer de weg terug zien te vinden om hun dorst te lessen en niet de openbare weg te kiezen. Dat levert gevaar op.

Via onze vriend Jean Marcel in Jonvelle is er per email contact gelegd met hun vriend Claude in Cendrecourt . Deze woont elders maar komt regelmatig naar hun huis in Cencrecourt. Via Claude is het waarschijnlijk mogelijk om iemand te vinden die 2 keer per jaar het hoofdpad in het ECOPARC wil maaien. Met mijn nieuwe bosmaaier op batterij vergt dat erg veel tijd en inspanning. Wel kan op eigen kracht een paadje worden gemaaid naar het museum van François Dornier en ook naar de caravan en pruimenboom. Ook in het bos kan wel een pad worden gemaaid. De batterij van de bosmaaier is geschikt voor 50 minuten maaien; dan moet je deze weer opladen.

Wel heeft een kennis van Sylvia en Karel zich gemeld die interesse zou hebben om het ECOPARC over te nemen. Wat hij daar zou willen gaan uitvoeren is mij niet gemeld. Nader overleg met hem is misschien interessant. De aanleg van een verplaatsbare omheining voor twee ezels zou stellig uitvoerbaar zijn. Het plaatsen van een pomp op de bestaande put is uitvoerbaar. Ook is het eenvoudig om regenwater op te vangen op twee of drie plaatsen. Je hebt dan enkel een toezichthouder nodig die het aangenaam vindt om iedere week langs te lopen om te kijken of alles in orde is. Hooi en stro is wel te koop bij een lokale boer of kan zelf geproduceerd worden. Twee ezels zijn ter plekke te koop in Jussey. In de winter kunnen zij mogelijk in de oude stal van de boerderij van François Faust onderdak vinden. Misschien vindt hij dit wel interessant tegen een bescheiden vergoeding. Rond 2000 heeft hij 5 ezels in het ECOPARC kunnen laten grazen maar dat heeft hem toen weinig opgeleverd. François en Mathieu zijn beiden geboren in 1984. Veel werk zal hij niet meer willen verrichten , maar dit plan lijkt voor hem wel aantrekkelijk om toch iets om handen te hebben. Zijn vrouw is 5 jaar geleden overleden en hij woont nu als kluizenaar in haar huis in Cendrecourt, 300 m van zijn boerderij.

Galerie Art Rupestre Africa – GARA

In 2016 is Gilbert Simon overleden, door een ongelukkige val van de trap in zijn woning , 9 Rue Saint Pierre in Jonvelle. Hij was niet getrouwd en zijn erfenis verviel aan 13 neven en nichten. Mevrouw Anny Coster (72 jaar oud) werd belast met de verkoop van zijn huis.

Omdat vooral de achterzijde van deze woning in slechte staat verkeerde, bleek het lastig om dit huis met garage te verkopen. Drie kopers hebben zich gemeld, maar omdat tijdens een bui het water aan de achterzijde naar binnen stroomde zullen zij vermoedelijk hebben afgehaakt om dit pand te kopen.

Met toestemming van Mevr. Coster , had Mathieu de aanhanger van zijn auto in de garage tijdelijk kunnen plaatsen, tot de verkoop zou zijn geregeld bij de notaris. Omdat er in 2019 nog geen serieuze koper was komen opdagen , verzocht Mevr.Coster aan Mathieu om dit pand te kopen . De gemeente Jonvelle had inmiddels deze woning als onbewoonbaar verklaard, maar de garage verkeerde in redelijke staat. Als de achterzijde van het dak ,met deels doorschijnende golfplaten , het regenwater zou beletten om binnen te dringen, dan kon de ruime zolder worden benut om een galerie in te richten voor de expositie van talrijke imitaties van zijn rotstekeningen. Op de familiesite www.belocode.nl heeft Mathieu enige verhalen gepubliceerd over de rotskunst in Afrika. Deze kunnen, naast het Nederlands, ook gelezen worden in meerdere talen: Frans, Duits, Spaans, Engels en ook in het Esperanto ! De kwaliteit van de vertaling via Google Translate hapert soms, maar deze alinea’s kun je dan eenvoudig overslaan.

Het was een hele klus om samen met Martine, alle aanwezige spullen die niet voor hergebruik in aanmerking kwamen af te voeren naar de stortplaats in Jussey of in de grote kuil van Jonvelle. De oude pannen van het dak aan de achterzijde zijn deels bewaard in de tuin. De golfplaten zijn keurig op het dak bevestigd. Een kranige en knappe prestatie van onze buurman Dominique. Het dak lekt niet meer.

Het oude stro op de zolder is afgevoerd naar de kuil en ligt ook deels in de tuin. De oude eiken planken van de zolder zijn deels behouden. Wij kochten nieuwe planken en hebben deze over de oude planken gelegd, zodat je redelijk veilig kunt lopen op de 3 te onderscheiden ruimten (A – B -C ) van deze zolder. Na de bevestiging van metalen strippen langs de muren , zijn er in 2022 circa 150 imitaties geplaatst in deze “Galerie Art Rupestre Africa” of kortweg “GARA”.

De indeling en plaatsing van de imitaties zal in 2023 en volgende jaren stellig nog af en toe gewijzigd worden. De C-ruimte is beschikbaar voor de expositie van schilderijen van Martine.

Het water is in 2022 ook aangesloten en de douche en WC kunnen worden gebruikt. Er is nog geen elektriciteit . De tuin zal ook de nodige aandacht verdienen in de komende lentes en zomers.

Er is een ruime tent aanwezig in de schuur voor liefhebbers die aldaar enige dagen zouden willen kamperen, bij aangenaam weer. Dat schept alle kansen om naar de sterren te kijken en ook naar de maan!

coenbeeker@gmail.com Vaals, 10 maart 2024