GRAND OUAGA — horizon 2040

coenbeeker[@]gmail.com, maart 2022


Voorwoord

De onstuimige urbanisatie in Afrika zal stellig niet gestopt worden voor 2040.

Vele jaren was Mathieu[1] betrokken bij de ruimtelijke (her-)inrichting van de hoofdstad van Burkina Faso, Ouagadougou. Verder te noemen Grand Ouaga. Toen Frankrijk haar politieke macht overdroeg in 1960, werd het inwonertal geschat op 60.000. Toen Mathieu in 1977 voor de eerste keer in Grand Ouaga neerstreek, werd hem verteld door de directie van “Urbanisme et Habitat, UH” dat circa 200.000 inwoners op een legaal erkende woonkavel verbleven. Echter, daar werd aan toegevoegd dat er ook minstens 200.000 mensen in een “spontane nederzetting, SN” onderdak hadden gevonden.

[1] Mathieu is de schuilnaam voor dit verhaal van coenbeeker[@]gmail.com

Thans, in 2022, is het waarschijnlijk dat circa 1,5 miljoen inwoners op een eigen kavel wonen of een woonverblijf hebben gehuurd in het omvangrijke urbane en rurale territoir van Grand Ouaga van circa 300.000 hectare. Tevens zullen circa 1 miljoen mensen zijn neergestreken in een SN , die tot stand zijn gekomen in het ommeland van Grand Ouaga. Verwacht mag worden dat hier rond 2040 circa 5 miljoen mensen onderdak hebben gevonden.

Mathieu was van 1982 tot 2005 , adviseur van de directie UH en nauw betrokken bij de ruimtelijke (her)inrichting van diverse SN en kerndorpen. Dankzij 2 donaties van Nederland (ruim 6 miljoen euro) konden 30.000 legale woonkavels tot stand komen in 4 omvangrijke SN. Tevens werden in het wijde ommeland circa 300 km landwegen aangelegd en 10 kerndorpen ingericht waar ook 30.000 kavels werden gemarkeerd. Voor de ruimtelijke herinrichting van de SN werd een eenvoudige werkwijze toegepast. Deze methode was tot stand gekomen na uitvoerige gesprekken met kleine groepen in een SN. De huishoudens gaven duidelijk prioriteit aan het markeren van de kavels. Verwerving van het toelatingsbewijs voor hun kavel door de gemeente was de volgende stap. Publieke waterkranen waren voor hen stellig van groot belang. Maar daar gingen zij niet op wachten, zij wilden zo spoedig mogelijk aan de slag om hun woonverblijf in te richten. Markeer eerst onze kavels, was hun wens !!

Dit pleidooi werd voorgelegd aan de regering van Thomas Sankara in 1984. Het volgende jaar werd gestart met de uitvoering van dit bilaterale programma. De regering besloot ook om, naast de 30.000 kavels in de wijken Tampouy,Wagadogo, Nossin en Gounghin-Sud zelf ook 30.000 kavels tot stand te brengen in diverse SN aan de noord- en oostzijde van Ouagadougou. Er werd een roulerend fonds opgericht wat gevuld zou worden met de bijdrage van de huishoudens die een kavel verwierven. De kosten per kavel van circa 300 m2 bedroeg FCFA 25.000. Meer en minder bedeelden konden deze bijdrage wel storten , ná verwerving van hun toelatingsbewijs van de gemeente , binnen de termijn van één jaar . In 1989 werd de balans opgemaakt van dit omvangrijke programma . In een uitvoerige evaluatie is ruime aandacht besteed aan de toegepaste methode. Circa 90% van de investeringen voor de creatie van deze 60.000 legale kavels waren teruggestort in het roulerend fonds (Fonds d’aménagement urbain, FAU ). Dat was een knappe prestatie.

Perspectief horizon 2040

Zeer waarschijnlijk zullen rond 2040 circa 5 miljoen mensen een woonverblijf gevonden hebben in Grand Ouaga. Dat is een belangrijk deel van de te verwachten totale bevolking in Burkina Faso. Deze kan geschat worden op minstens 35 miljoen in 2040. Dat zou betekenen dat één op de zeven inwoners van Burkina Faso in de hoofdstad van dit land in de Sahel van Afrika zullen wonen en inkomsten moeten zien te verwerven voor hun bestaan.

Na deze summiere weergave van demografische gegevens, kunnen dan diverse visioenen opdoemen, hoe deze huishoudens in de komende jaren in meer of mindere mate kunnen verblijven in dit omvangrijke territoir van Grand Ouaga. Dat betreft alle aspecten waar iedereen dagelijks mee te maken heeft. Hoe kom ik aan water om te drinken en te wassen, welke maaltijden kunnen er bereid en geserveerd worden, wat is de kwaliteit van het te consumeren water en voedsel? Welke activiteiten kun je uitvoeren om alle leden van de huishouding in voldoende mate water, voeding, medische zorg, onderwijs, transport en aanvaardbaar onderdak te verschaffen ? Hoe slaag je er in om in een urbane samenleving van 4 of 5 miljoen mensen je weg te kiezen om aan deze elementaire behoeften te voorzien? Wie zal zorg voor je dragen als je door ziekte of handicaps getroffen wordt, bij gebrek aan een voor iedereen aanvaardbaar sociaal vangnet in Grand Ouaga?

Deze lijst van vragen kan stellig nog verlengd worden, omdat er ruime verschillen bestaan tussen meer en minder bedeelde personen en huishoudens. Dit betoog heeft vooral betrekking op de ruimtelijke inrichting van Grand Ouaga, horizon 2040. Maar dat zal Mathieu niet beletten om ook enige zijsporen te betreden, waarbij de boven gestelde vragen aan bod kunnen komen. Zijn kennis van de urbane samenleving in 2022 is beperkt en bestrijkt vooral de jaren 1980 – 2005, toen hij nauw betrokken was bij de ruimtelijke herinrichting van spontane nederzettingen in Ouagadougou en het ommeland van deze metropool in de Sahel. Hij schreef diverse rapporten en presenteerde ook meerdere suggesties en voorstellen. Deze rapporten zijn beschikbaar in het internationale centrum voor architectuur in Montreal Canada. Het Afrika Studie Centrum , ASC, in Leiden heeft in 2017 het boek[2] van architect Antoni Folkers en Iga Perzyna (eds) gepubliceerd , waar ruime aandacht in werd besteed aan de gevolgde methode voor de herinrichting van deze SN.

[2] “Planning and Working on the Redevelopment of the African City”

Blik op de ruimte van Grand Ouaga

Dankzij GOOGLE EARTH is vliegen over dit omvangrijke territoir op een hoogte van minder dan duizend meter mogelijk. Je kunt dan de bestaande hoofdwegen volgen en ook diverse landwegen verkennen. De ministerraad van Burkina Faso besloot in 1999 om het structuurplan voor Grand Ouaga goed te keuren. Enige jaren later is een nieuw structuurplan , horizon 2025, voorgesteld en aanvaard als basis voor de ruimtelijke inrichting . Mathieu heeft niet de pretentie om een nieuw structuurplan op te stellen , horizon 2040. Maar wel wil hij een visioen schetsen om de te verwachten 5 miljoen inwoners een woonplek onder de zon te bieden. Een verkenning via Google Earth van de bestaande realiteit in 2022 laat vooral zien dat er in de voorbije jaren ruime aandacht is besteed aan het wegennet in Grand Ouaga. Hij heeft tijdens al zijn korte missies van 3 weken (2 keer per jaar) in de periode 1980 – 2005, het ommeland beter leren kennen. In het kader van het PVCBO (Projet Villages Centres, banlieu de Obilaagadougou), zijn 300 km onverharde landwegen aangelegd. Dit betrof in feite een traçé van een rondweg van Loumbila, naar Kamboinsé, vervolgens naar Tanghin Dassouri, Komsilga, Bassyam, Koubri , Gampela en retour naar Loumbila. Bij de kruisingen met het verharde hoofdwegennet kon het centrum van Ouaga goed bereikt worden. Thans in 2022 is goed waar te nemen dat een belangrijk deel van dit traçé belangrijk is verbeterd. Tevens zijn diverse complementaire wegen tot stand gekomen in Grand Ouaga.

Dit territoir is in 2022 toegankelijk voor alle bewoners in de metropool. Iedereen kan te voet, per fiets of bromfiets een lokale markt bezoeken of zijn producten aldaar aanbieden. Deze markten zijn ook van belang voor het sociale netwerk van alle families in de talrijke dorpen en gehuchten in Grand Ouaga.

In het PVCBO zijn 10 kerndorpen gekozen om centra te scheppen om de toegang tot basisvoorzieningen te verruimen en nieuwe bewoners kansen te bieden om zich aldaar te vestigen. In totaal zijn 30.000 woonkavels gemarkeerd. Dit betrof de dorpen, Zagtouli, Tanghin Dassouri, Komsilga, Bassyam, Koubri, Saaba, Loumbila, Basseko, Kamboinsé en Pabré.

Niets hoeft de planoloog Mathieu echter te beletten om zijn blik ook te richten op tenminste 3 relatief kleinere urbane centra in de wijdere omgeving. Dit betreft Laye , Ziniaré en Kombisseri; alle drie gesitueerd aan het hoofdwegennet van Burkina Faso.

Het boek van Joseph Issoufou CONOMBO: M’Ba Tinga – Traditions des Mossé dans l’Empire du Moogho Naba – L’Harmattan – 1989 , werpt een voortreffelijke blik op deze samenleving.

De historie van het Mossi rijk gaat terug naar de 12de eeuw. De koning van dit rijk is de Moogho Naba en is nog altijd gevestigd in Ouagadougou. Toen de Franse kolonisator rond 1960 zijn biezen pakte, kan gesteld worden dat er toen circa 60.000 mensen hier verbleven. Een kwart eeuw later werd in 1984 een volkstelling gehouden in Burkina Faso. Toen bleek dat er inmiddels ruim 450.000 inwoners verbleven in Ouagadougou. In 2020 waren dit er naar schatting 2.400.000. Een toename in 60 jaar tijd van 40 x 60.000 !!

Gelet op de urbane explosie in diverse metropolen in Afrika, lijkt het een correcte schatting dat de metropool Grand Ouaga rond 2040, of enige jaren later, circa 5 miljoen inwoners in haar territoir zal aantreffen. Toen Mathieu in 2000 een summiere balans uitvoerde waren er circa 200.000 woonkavels beschikbaar, dankzij grote inspanningen van Urbanisme et Habitat en de gemeente Ouagadougou. Mogelijk waren dit er in 2020 circa 240.000. Het lijkt een wensdroom talrijke huishoudens om het dubbele aantal kadastraal geregistreerde kavels te bereiken rond 2040. De bureaucratie van het opstellen van verkavelingsplannen, het volgen van de uitvoering en het toewijzen van de kavels aan personen die nog niet beschikken over een “Permis Urbain d’Habiter. PUH” vereist geruime tijd op basis van de huidige wetgeving die vooral op de Franse wetgeving is gebaseerd. Onder president Thomas Sankara werd deze wetgeving deels terzijde geschoven in 1984.

Dat schiep de basis voor de spectaculaire creatie en registratie van 60.000 kavels van 1985 tot 1990. Rond 1980 waren slechts 20.000 kavels in het kadaster geregistreerd. De gemeente lanceerde in 1990 ook een omvangrijke operatie om 90.000 kavels te markeren in 4 arrondissementen. Met diverse obstakels werd dit programma uitgevoerd. Via Google Earth heeft Mathieu deze omvangrijke uitbreiding van het urbane territoir goed kunnen volgen in de periode van 2000 tot 2020.

Alle Burkinabé hebben het recht om zich overal te vestigen in hun land. Mogelijk werden tot 2022 circa 2 miljoen vluchtelingen gedwongen om hun oude dorp te verlaten en een woonplek elders te zoeken. Dat zou betekenen dat circa 10% van de totale bevolking in dit land verdreven zijn uit hun vertrouwde omgeving. Men mag aannemen dat vooral voor hervestiging gekozen werd in grote urbane centra, zoals Ouagadougou.

In het Mossi rijk was het mogelijk om in ieder dorp bij de beheerder van grond aan te kloppen, met het verzoek om zich op een geschikte woonplek te mogen vestigen. In de gemeente Ouagadougou werd in de koloniale tijd de Franse wetgeving toegepast. Dat betekende dat je een vergunning (PUH) kon verwerven als je de condities accepteerde. Dit hield in dat je werkzaamheden moest verrichten bij het onderhoud van de infrastructuur en voorzieningen. Enige wijken waren min of meer gereserveerd voor Franse burgers die zich konden vestigen in “zones résidentielles”, zoals Zogona en Petit Paris.

In 1996 werd een bijeenkomst gehouden van de landen in Afrika die bij de Francophonie organisatie waren aangesloten. President Chirac zou naar Ouaga komen voor de opening voor deze conferentie. Er werden middelen beschikbaar gesteld om een start te maken met de wijk Ouaga 2000, ten zuiden van de verkavelde wijk Patte d’Oie. Daar zou ook het nieuwe paleis van de president van Burkina Faso gevestigd worden. Ook een geschikte ruimte voor de geplande conferentie van de Francophonie. Echter ten zuiden van de Patte d’Oie waren in 1996 reeds circa 10.000 huishoudens gevestigd in een spontane nederzetting. Deze zou moeten verdwijnen om plaats te maken voor Ouaga 2000. Het toeval wil dat in Turkey de 2de Habitat conferentie van de Verenigde Naties gehouden werd. Daar werd met veel woorden gepleit om ruime aandacht te besteden aan de hachelijke toestand van miljoenen mensen in de talrijke SN. Deze oproep werd kennelijk noch in Parijs en noch in Ouaga gehoord, want bulldozers veegden in 1996 alle aanwezige obstakels van dit terrein. Zo ging Chirac-ville of Ouaga 2000 van start en kwam er na Petit Paris een nieuwe “zone residentielle” bij voor welgestelden. Duidelijk niet toegankelijk voor minder of weinig bedeelden, dat betrof minstens de helft van de bevolking in Grand Ouaga rond de eeuwwisseling. Het koloniale model werd op deze wijze ook 40 jaar na de overdracht van de politieke macht duidelijk zichtbaar. De zetbaas van Frankrijk mocht in zijn nieuwe paleis (Kossyam) neerstrijken, maar koos er voor om meestal in zijn vertrouwde omgeving van Ziniare de nacht door te brengen. Het zou nog lang duren, alvorens Blaise Compaoré door een woedende menigte verdreven werd in 2014 .Op zijn vluchtroute werd hij door een Franse helikopter van de weg geplukt en naar een veilige omgeving in Ivoorkust gebracht. Je politieke vrienden moet je in ere houden. Inmiddels waren diverse verzetshaarden ontstaan in de Sahel. Vele leiders van deze groeperingen waren zelf gevlucht uit Irak, Syrië , Libië en Algerije en beschikten over talrijke wapens. Vooral van 2016 tot heden zijn diverse aanslagen gepleegd in Mali en Burkina Faso. In beide landen werd recent een staatgreep uitgevoerd door militairen . Zijn de nieuwe leiders in Burkina Faso bereid om het beheer van de grond in Grand Ouaga weer toe te vertrouwen aan de Moogho Naba? Dit zou betekenen dat de huidige, op de Franse leest geschoeide wetgeving , terzijde moet worden geschoven in Grand Ouaga. De verwerving van een woonplek in dit omvangrijke territoir van 300.000 ha zou dan weer kunnen verlopen via het traditionele systeem van de Mossi samenleving. Een cruciale wending!!

Watervoorraad in Grand Ouaga

Hoe het verder zal gaan op het politieke en militaire vlak in Mali en Burkina Faso valt moeilijk te voorspellen. Franse belangen in deze regio zijn in het geding. Dit betreft onder meer de exploitatie van grondstoffen, waarvan het uranium erts in Niger van groot belang is voor de kerncentrales in Frankrijk.

In dit verhaal zal Mathieu echter terugkeren naar het wel en wee van de families die in 2022 gevestigd zijn in Grand Ouaga. Als gevolg van de aanslagen in diverse districten, vooral in het noorden, mag verwacht worden dat talrijke families een woonplek zullen zoeken in dit territoir van 300.000 ha. Een kleine steekproef onder 50 jonge moeders van 20 tot 30 jaar in Tampouy, gaf als resultaat dat gestreefd wordt naar 4 kinderen per vrouw in haar vruchtbare leeftijd. Dat zou betekenen dat de natuurlijke aanwas en migranten + vluchtelingen tenminste op een gemiddelde van 4% per jaar gesteld mag worden in de periode 2020 tot 2040. Men mag verwachten dat minstens 100.000 Burkinabé per jaar in Grand Ouaga een onderdak zullen zoeken. Eerder werden al de belangrijkste vragen gesteld: waar zullen zij wonen, kunnen zij beschikken over voldoende water, voeding , een aanvaardbaar onderdak, gezondheidszorg, onderwijs en bronnen van inkomsten om in deze basisbehoeften te voorzien.

In dit verhaal kunnen enige kansen aangeduid worden om in de komende jaren te streven naar een ruimtelijk beleid dat bijdraagt aan de vervulling van het welzijn van alle bewoners in Grand Ouaga.

Het kunnen beschikken over voldoende water, voor mensen, dieren en planten mag stellig beschouwd worden als de hoogste prioriteit voor de bevolking. Drie belangrijke zijrivieren van de Nakambé volgen hun spoor over het territoir van Grand Ouaga. Ten noorden betreft dit het stroomgebied via Kamboinse naar het stuwmeer van Loumbia, het centrale stroomgebied doorkruist Ouaga en vult 3 stuwmeren die een bijdrage leveren aan de watervoorziening, het derde stroomgebied passeert Koubry en vult op dit traject enige stuwmeren. Het stuwmeer ZIGA wordt gevuld door de Nakambé en is, naast Loumbila, vooral van belang voor de watervoorziening van de gemeente Ouagadougou. Als beide stuwmeren van Loumbila en Ziga, goed gevuld zijn in de regentijd van juni tot september 2021, dan kan met een verantwoord beleid van de ONEA in 2022 aan de minimale wensen van de bevolking worden voldaan.

Dat beleid zal echter stellig betekenen dat er in de komende jaren zuinig met water moet worden omgesprongen door alle huishoudens, vooral in verkavelde wijken waar leidingen beschikbaar zijn. Het vullen en verversen van zwembaden is een luxe die de welgestelde huishoudens, vooral in Zogona, Petit Paris en Ouaga 2000 zich dan in de lente niet meer kunnen veroorloven. Misschien beschikken in 2022, de helft van de woonkavels over een eigen waterkraan. Verder kunnen huishoudens bij een publieke waterkraan pogen om zelf water op te halen of gebruik maken van de talrijke waterverkopers die hun klanten bedienen in verkavelde wijken en tevens in spontane nederzettingen(SN). Het is waarschijnlijk dat publieke tappunten deels ook beschikbaar zullen zijn in deze SN. Sommige families hebben een eigen waterput met een diepte van 5 tot 10 m. Vaak kunnen deze families dit water ook benutten voor hun dieren en de productie van groenten en fruit. In de rurale omgeving van Grand Ouaga zullen veel families gebruik maken van publieke of particuliere pompen die op diepboringen zijn geplaatst. Ook zal veelvuldig gebruik worden gemaakt van het beschikbare water in de stuwmeren van deze 3 stroomgebieden in Grand Ouaga. De hoeveelheid water die neerstort vertoont ieder jaar wel verschillen, maar lijkt toch omvangrijk genoeg voor de watervoorziening ten behoeve van mensen, dieren en velden waar granen, groenten en fruit zijn geplant. Het probleem is vooral dat deze hoeveelheid van 500 tot 800 mm per jaar slecht is verdeeld. Felle regenbuien, vaak met onweer, storten vooral neer in de maanden juni tot september.

Daarna breekt de droge periode aan die voortduurt tot mei. De stuwmeren zijn meestal goed gevuld in september, maar het beschikbare water verdampt deels en wordt benut door de bewoners in dit omvangrijke territoir. Eerder werd al gesteld dat de regering van Burkina Faso het structuurplan voor Grand Ouaga in 1999 had aanvaard. Een belangrijk deel van de geplande wegen zijn in de voorbije 22 jaar gerealiseerd. Dat is een knappe prestatie. Ook zijn diverse begaanbare wegen en paden beschikbaar in spontane nederzettingen. Van de 10 kerndorpen die in het PVCBO programma werden gekozen, zijn thans Zagtouli, Saaba, Basseko en Kamboinsé feitelijk geïntegreerd in de urbane structuur van Ouagadougou. Enige belangrijke knooppunten bij de hoofdwegen zijn opgelost, onder meer de verbinding naar het noorden, richting Yako en Kaya en ook naar het zuiden, richting Manga en Leo.

De beschikbare structuur van hoofdwegen schept vele kansen voor de huidige en toekomstige bevolking, horizon 2040 . Het ruimtelijke beleid in Grand Ouaga heeft weinig aandacht gekregen in de voorbije 20 jaar, met uitzondering dan van het thans beschikbare wegennet.

Wel hebben diverse projectontwikkelaars hun kansen gegrepen om woningen te bouwen. Voor verkoop of verhuur. De categorie van de ruim en meer bedeelden in de samenleving van Burkina Faso kan in staat geacht worden om een woning te kopen of te huren. Voor de minder en weinig bedeelden in de talrijke SN, gelokaliseerd in het ommeland van Ouagadougou, zijn ná 2005 geen nieuwe verkavelingsplannen opgesteld en uitgevoerd. In deze SN rijden een ruim aantal waterverkopers rond. Deze verhogen fors hun prijzen per watervat, vooral vanaf februari tot juni. Per emmer van 10 liter betalen de families in de SN, méér voor water dan de families in Ouaga 2000, die over een eigen kraan en deels ook over een zwembad kunnen beschikken. De ONEA levert water aan haar klanten, maar bekommert zich weinig over een billijke verdeling van het beschikbare water in de extreem droge weken van het kalenderjaar. Dit mag als grof onrecht betiteld worden, in een land wat zich internationaal nog steeds presenteert als het land van integere mensen. Helaas , daar schort het nogal aan in brede kringen van politici en ambtenaren.

Frankrijk is er in geslaagd om na 1960 de leiding in dit land meestal toe te vertrouwen aan hen welgezinde zetbazen. Dat betreft overwegend goed opgeleide militairen en ambtenaren, met veelal Franse diploma’s op zak. Natuurlijk zijn er ook talrijke, honorabele en integere mannen en vrouwen in dit land. Na de staatsgreep van militairen in Mali in 2021, heeft het leger in Burkina Faso ook een staatsgreep gepleegd in de winter van 2022. Jonge , dynamische krachten waar veel van zal worden verwacht. Of zij aan deze wensen van de bevolking deels zullen kunnen voldoen, moet de toekomst leren. In een groot deel van dit land, vooral in het oosten en noorden, zwerven groeperingen rond die daar feitelijk de scepter zwaaien. Diverse dorpen zijn onder curatele gesteld. Een opmerkelijk verzet deed zich in 2021 voor toen de lokale bevolking in het noorden een konvooi van Franse militairen niet wenste door te laten op hun traject van Niger naar Mali. Frankrijk zal haar circa 5000 militairen in deze Sahel regio terugtrekken, voorlopig gaan zij naar Niger.

Terug naar het perspectief voor Grand Ouaga, horizon 2040. Dat betreft dan vooral het speuren naar kansen voor de te verwachten 5 miljoen inwoners, waarvan minstens 2 miljoen tot de weinig bedeelden behoren

In 1948 werd het Handvest voor de Rechten van de Mens door talrijke staten aanvaard. In artikel 26 staat duidelijk omschreven dat alle mensen recht hebben op voeding en een aanvaardbaar onderdak. Hoe kan dit streven bereikt worden voor alle huishoudens, ook in Grand Ouaga, horizon 2040 ? Dat vereist een gedurfd beleid en moedige leiders om dit doel te bereiken.

In 1985 werd Mathieu verrast op het terras van het Ranhotel. Een ober kwam hem vragen of hij een dame informatie wilde verstrekken over het lopende proefproject in de wijk Larlé. Als dit positief zou uitpakken, kon een breder herverkavelingsprogramma worden uitgevoerd in de wijken Wagadogo-Nossin. De dame bleek goed geïnformeerd te zijn over het reeds deels uitgevoerde proefproject. Mathieu kon haar vragen naar behoren beantwoorden en wees er op dat hij reeds eerder met 100 hoofden van huishoudens in Wagadogo had gesproken. Uit deze gesprekken was gebleken dat alle huishoudens in deze zone , Larlé – Wagadogo – Nossin wilden blijven wonen.

Zijn trouwe medewerker René was architect. Deze had 3 planvoorstellen in detail uitgewerkt voor de herinrichting van deze brede zone, waar toen tenminste 5000 huishoudens gevestigd waren. De ruime meerderheid van deze 100 hoofden van huishoudens (75%) had duidelijk gekozen voor de derde variant; een herinrichting zoals deze eerder door de gemeente in Goughin-Nord was gerealiseerd. De kavels zouden 250 tot 300 m2 groot zijn; alle huishoudens konden dan blijven wonen in deze zone. Er zouden kavelstenen worden geplaatst en zo mogelijk ook enige publieke watertappunten. Als een bestaande woonruimte , geheel of deels op een geplande straat of op een publieke ruimte voor voorzieningen stond, zou de familie op eigen initiatief deze woonruimte verplaatsen binnen een termijn van één jaar. De eigen bijdrage voor de kosten bedroegen FCFA 25.000 ( € 100 = FCFA 65.500 )

Na de toewijzing van de kavel, door een commissie van de gemeente, kon de familie meteen aan de slag gaan om zich te vestigen op de toegewezen kavel. De bijdrage kon binnen de termijn van één jaar voldaan worden. De dame begreep dit verhaal heel goed en hoopte dat dit proefproject zou slagen. Toen zij weg was, kwam de ober nog even terug en meldde aan Mathieu dat dit een zus van de toenmalige president Thomas Sankara was.

Bij zijn volgende missie, 6 maanden later, bleek dat Sankara opdracht had gegeven om alle SN in Grand Ouaga her in te richten, conform het door de ruime meerderheid van de huishoudens in Wagadogo gekozen planvoorstel. De directie van ruimtelijke ordening in Ouagadougou kon hiermee aan de slag gaan . Men slaagde er in om in 5 jaar tijd, 60.000 kavels te markeren. De vereiste bijdragen van FCFA 25.000 werden gestort in het roulerend fonds FAU. Interessant om ook te vermelden dat de gemeente Ouagadougou in de jaren 1990 – 2005 een vergelijkbaar programma voor 90.000 kavels heeft uitgevoerd in 4 arrondissementen.

Iedereen kan met Google Earth vanaf een hoogte van circa 600 m een blik werpen op alle woonblokken die ná 1985 tot stand zijn gekomen. De ruime meerderheid van de huishoudens hebben een kolossale inspanning geleverd om de aan hen toegewezen woonkavel in te richten. De toewijzing van deze 150.000 kavels is niet vlekkeloos verlopen. Helaas hebben diverse politici, ambtenaren van verschillende ministeries, ook van ruimtelijke ordening en het kadaster, misbruik gemaakt van hun bevoegdheden tijdens de toedeling. Zij verdienen niet het predicaat van integere Burkinabé. In 1985 is er van uitgegaan dat iedere Burkinabé van 18 jaar en ouder , recht had op toewijzing van één woonrecht (PUH) in de gemeente Ouagadougou. Ook had iedereen het recht om bomen te planten en extra kamers te bouwen op zijn kavel .

Deze extra woonruimte kon hij of zij verhuren om hiermee een aanvullend inkomen te verwerven en geleend geld terug te betalen. Een belangrijk deel van de ruimte ná 1990 in 4 arrondissementen zijn verkaveld , waren deels bewoond. Mathieu beschikt over oude kaarten en foto’s van Grand Ouaga, waar helder op te zien is dat er vele kleine gehuchten en dorpen bestonden. Deze vielen onder het beheer van de Moogho NABA , die gevestigd was in zijn paleis in Ouagadougou. Tijdens een uitvoerig onderhoud met de Larlé Naba in 1983 kwam de overdracht van de politieke macht van Frankrijk rond 1960 aan bod. De Larlé stelde dat het koninkrijk van de Mossi reeds zeven eeuwen bestond. Toen de Fransen met militair geweld de hele Sahel hadden bezet rond 1900 en Charles de Gaulle rond 1960 de politieke macht wilde overdragen aan lokale leiders was er volgens de Larlé een kardinale fout begaan. Er werd geen beroep gedaan op de goed georganiseerde Mossi samenleving, maar Frankrijk droeg feitelijk de macht over aan door hen opgeleide militairen en zelf gekozen ambtenaren. De Franse wetgeving bleef met enige aanpassingen van kracht. Dat betrof ook het kadaster en de toewijzing van het woonrecht.

Tot 1975 kon iedereen aankloppen bij de traditionele beheerder van de grond in de Mossi-samenleving, met het verzoek om een onderdak te bouwen in het ommeland van Ouaga. Dat vergde meestal een schaal kolanoten, soms aangevuld met een kip of een schaap. Er werd toen nog geen geld geschoven om een woonplek te verwerven in deze “spontane” nederzettingen. Alle grond was van de gemeenschap in het koninkrijk van de Mossi met de Moogho Naba als spirituele, oppermachtige leider.

In 1983 greep Thomas Sankara de macht in dit land en doopte op 4 augustus 1984 dit land om van Boven Volta in Burkina Faso. Tijdens het bezoek van François Mitterand in 1986 heeft Sankara in heldere bewoordingen duidelijk gemaakt, dat Burkina Faso op eigen benen wilde staan, zonder inmenging van buitenaf. Hij werd op 15 october 1987 vermoord. Het proces over deze laffe moord door zijn opvolger Blaise Comparé is nog niet afgesloten. Maar zal waarschijnlijk wel worden voortgezet in 2022. Onder Sankara werd alle grond in Burkina Faso tot domein van de Staat verklaard. Wel werden de geregistreerde domeinen in het kadaster gerespecteerd en ook alle verleende woonrechten (PUH) in de urbane omgeving.

Mathieu ontving informatie dat talrijke projectontwikkelaars, vooral ná 2000, grond hebben weten te verwerven om aldaar woningen te bouwen voor de meer bedeelden in deze urbane samenleving. Grote domeinen zijn in handen gevallen van speculanten. Deels zijn daar woningen op gebouwd, maar de meeste ruimte is niet benut. De nieuwe woonwijken kan iedereen via Google Earth waarnemen. Vooral welgestelde families zullen hier nu wonen.

Na de uitvoering van het omvangrijke programma (90.000 kavels) in 4 arrondissementen in de periode 1990 – 2005, zijn er geen nieuwe initiatieven ondernomen met betrekking tot de herinrichting van spontane nederzettingen. De problemen met betrekking tot de watervoorziening in deze SN zijn reeds eerder vermeld. Voor het dagelijks benodigde voedsel kunnen de huishoudens uiteraard zelf actie ondernemen of deze kopen op een lokale markt. De beperkte steekproef onder 50 jonge moeders in de leeftijdsgroep van 20 tot 30 jaar , toonde aan dat deze moeders voor zichzelf en voor hun kleine kinderen meestal minder dan FCFA 50.000 per maand beschikbaar hadden in 2020 voor het kopen van voedsel. Ondervoeding van hun peuters dreigt, zeker als de prijzen stijgen. Vooral in de droge maanden van ieder jaar. Enkele moeders hadden wel het initiatief genomen om een tuin te pachten. Dat stelde hen in staat om groenten en fruit te produceren en deels te verkopen.

Andere moeders poogden een activiteit te starten waarmee ook een bescheiden inkomen kan worden verkregen. Dit vereist meestal een training om de gekozen activiteit uit te kunnen oefenen.

Het aantal geregistreerde banen in de administratieve sector, het bankwezen, de onderwijs en zorgsector, diverse bedrijven voor de productie van drank, verwerking van metaal en hout …… zal waarschijnlijk minder dan 25% van de beroepsbevolking van 18 tot 60 jaar een regulier inkomen verschaffen. De ruime meerderheid (75%) is aangewezen op de omvangrijke informele sector. Ook goed geschoolde jonge mensen onder de 25 jaar, slagen er vaak niet in om de verworven kennis te benutten in Burkina Faso. Deels trekken zij weg naar elders of gebruiken hun kennis en creativiteit om zelf aan de slag te gaan.

Enige interessante perspectieven kunnen wel omschreven worden om je te vestigen in Grand Ouaga, met kansen op een aanvaardbare basis van bestaan. De nieuwe leiders in Burkina Faso, zouden spoedig maatregelen kunnen treffen om de terreinen waar thans huishoudens gevestigd zijn in “spontane” nederzettingen, als woongebied te erkennen.

Iedereen die ouder is dan 18 jaar en niet beschikt over een PUH, kan dan een voorlopig bewijs krijgen dat zij of hij als bewoner in Grand Ouaga geregistreerd staat in de gemeente Ouagadougou of in een andere gemeente, zoals Loumbila, Pabré, Tanghin Dassouri en Koubry . Dit betekent dat zij of hij rechtmatig gebruik kan maken van alle beschikbare diensten in Grand Ouaga.

Ook heeft zij of hij het recht om zich elders te vestigen in Grand Ouaga op een duidelijk te markeren woonkavel van maximaal 600 m2. De traditionele gebruiker van de grond en de verwerver kunnen de overdracht markeren door het tekenen van een verklaring, met een duidelijke vermelding van de datum en nummers van de identiteitskaarten. Op basis van deze overeenkomst verplicht de verwerver zich om binnen een termijn van maximaal twee jaar, zich op zijn verworven kavel te vestigen. Lukt dit niet dan kan de traditionele gebruiker deze kavel weer overdragen aan een andere kandidaat voor deze woonkavel of zelf weer in gebruik nemen. Speculatie moet worden beperkt !

Vestiging in de nabijheid van de eerder vermelde 10 kerndorpen, lijkt vele kansen te bieden voor een reguliere vestiging, zonder verdere bemoeienis van het ambtelijk apparaat van de betreffende gemeente. Ook zijn er stellig vele kansen beschikbaar in de talrijke dorpen en gehuchten die in de naaste omgeving van een verharde of onverharde weg zijn gelokaliseerd. Het is wel van belang er op toe te zien dat de verwerver zijn woonverblijf bouwt op een afstand van tenminste 25 m van de betreffende gebaande weg. Tevens is het wijs om tenminste ook voldoende afstand te houden van een beek, die in de regentijd veel last kan veroorzaken op het woonerf. Mogelijk kan geprofiteerd worden van een het water van een klein of groter stuwmeer. Niets hoeft de verwerver van zijn kavel te beletten om zelf een waterput te realiseren, voor de opvang van regenwater. Dat schept kansen om groenten en fruit te produceren, deels voor eigen gebruik en deels voor de verkoop op een lokale markt. De nabijheid van een diepboring is van groot belang voor het benodigde drinkwater. Op basis van alle vliegtochten die Mathieu via Google Earth heeft ondernomen, op een hoogte van minder dan 1000 m, mag gesteld worden dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor 5 miljoen mensen in Grand Ouaga.

Een omvangrijk programma voor de vestiging van interne vluchtelingen en migranten, schept ruime om betaalde klussen te klaren in de bouwsector, de productie van meubilair, de opvang van regenwater en stortplekken voor de afvoer van huisvuil. De constructie van zakputten op een diepte van 2 of 3 m kan op ieder woonerf zelf worden uitgevoerd. Het is vooral een methode van “begraven” van je eigen afval en compostering voor de bemesting van je tuin.

In 1996 is een steekproef uitgevoerd in 20 woonblokken, waar in 1986 huishoudens aan de slag konden gaan na de herinrichting van de voormalige SN. Tien jaar na de omvangrijke herinrichting , waartoe door de regering van Thomas Sankara was besloten, was het interessant om een tussenbalans op te maken. Toen bleek dat vrijwel iedereen op de toegewezen kavel was blijven wonen. Dat was opmerkelijk want diverse geruchten werden verspreid, dat talrijke huishoudens hun kavel zouden hebben verkocht, om zich daarna weer in een andere SN te vestigen. Het resultaat van deze steekproef toonde dat stellig niet aan. Sommigen lieten blijken dat zij enige kamers extra hoopten te kunnen bouwen; deze konden zij dan verhuren om een aanvullend inkomen te verwerven. Hij herinnert zich een lang gesprek met een gehandicapte man, die er iedere dag op uit trok om te bedelen in de omgeving van de markt in Gounghin. Het voorstel van Mathieu om te overwegen, de helft van zijn kavel (circa 150 m2) te verkopen, wierp hij ver van zich af. Deze hele kavel was zijn erfenis voor zijn kinderen. Bij de verwerving van een kavel van maximaal 600 m2 in een dorp of gehucht van Grand Ouaga, kan in de overeenkomst tussen de traditionele gebruiker en de verwerver duidelijk worden vastgelegd dat verkoop niet is toegestaan tot 5 jaar na de datum van deze overeenkomst.

Uit deze steekproef in 1996 bleek ook dat je interessante verschillen kon vaststellen met betrekking tot de uitgevoerde investeringen door deze 300 huishoudens. Er waren 3 groepen arbitrair te onderscheiden. Een kwart van deze huishoudens had in feite enkel hun oude woonruimte verplaatst of hadden het geluk gehad dat hun woonruimte kon blijven staan, na de plaatsing van de kavelstenen. Zij hadden de boel wat opgeruimd, maar er waren geen middelen beschikbaar om te investeren. De tweede groep, circa 60% van deze huishoudens, was er wel in geslaagd om de toegewezen kavel opnieuw in te richten. Op iedere kavel was het volume en de totaalprijs van de nieuw gekochte bouwmaterialen genoteerd. Dat toonde ruime verschillen.

De huishoudens van de derde groep (15%) konden gerekend worden tot de categorie van de meer welgestelden. Zij hadden meestal een aannemer belast met de bouw van een goed verzorgde woning. Zij beschikten meestal ook al over een eigen waterkraan op hun erf en aansluiting op het elektriciteitsnet Ook waren diverse huishoudens van groep 2 er in geslaagd om een eigen waterkraan op hun erf te laten installeren. Het was opmerkelijk dat 10 jaar ná de verkaveling van deze wijken, de waterleiding en het elektriciteitsnet waren doorgetrokken naar deze wijken. Met Google Earth kan Mathieu deze gekozen wijken op een hoogte van 600 m goed waarnemen. Vanuit deze hoogte kan gesteld worden dat er een knappe prestatie is verricht in deze wijken , zowel door de huishoudens en ook door het ONEA (water) en SONABEL (elektriciteit).

Zoals eerder werd vermeld , vergde de herinrichting in 1986, FCFA 25.000 per kavel. In de komende jaren zou dit ook een aanvaardbaar bedrag zijn voor iedereen, die een kavel hoopt te vinden in Grand Ouaga. De verwerver van de kavel zou dan gedurende een periode van 5 jaar een bedrag van FCFA 25.000 per jaar kunnen blijven voldoen aan de traditionele gebruiker van de grond. Na 5 jaar zou deze overeenkomst dan definitief zijn afgerond.

Indien de overheid in Burkina Faso, ALLE families een kans wil geven om een aanvaardbaar onderdak te verwerven, dan zou overleg met de Moogha Naba wenselijk zijn betreffende herinvoering van het traditionele Mossi systeem om een woonplek te verwerven. De kolonisator heeft vanaf 1900 tot 1960 het Franse kadaster ingevoerd; na 1960 is deze regelgeving in feite voorgezet. Dat er thans op grote schaal omvangrijke domeinen van meer dan 200 hectare in Grand Ouaga zijn geregistreerd in het kadaster voor de realisatie van villa’s en woningen voor welgestelden, blijkt een serieus obstakel te zijn voor het verwerven van een woonplek via het traditionele Mossi systeem. Het is wenselijk om de speculatie met betrekking tot verwerving van grond een halt tot te roepen. Niet met fraaie woorden maar met concrete daden. Villa’s en woningen die reeds zijn gebouwd, kun je enkel als een voldongen feit aanvaarden. Wel kan de overheid, alle contracten betreffende grond met projectontwikkelaars en bedrijven, die in 2022 nog braak liggen, herroepen en weer tot domein van de Staat verklaren. Iedereen, rijk of arm, zou dan via het traditionele Mossi-systeem een woonkavel kunnen verwerven in Grand Ouaga. Het overleg met de Moogha Naba zou dan vooral betrekking kunnen hebben over de condities om het recht op vestiging te verwerven.

Het eerder genoemde voorstel van een overdracht voor 5 jaar, met een vergoeding van FCFA 25.000 per jaar aan de traditionele gebruiker zou dan aanvaard kunnen worden. Scherp toezicht op speculatie blijft uiteraard noodzakelijk.

Tijdens het beperkte onderzoek in 1996 bleken er beduidende verschillen te bestaan, met betrekking tot de investering per kavel van de 3 groepen in deze woonblokken. Hoe het ook zij, de omvangrijke herinrichting van 1985 – 1989 heeft een forse bijdrage geleverd aan de broodnodige werkgelegenheid voor jong en oud. Want als je in deze snel expanderende metropool onvoldoende inkomsten bij elkaar weet te sprokkelen, dan dreig je in een spiraal van armoede te belanden. Mathieu heeft in 1996 getracht enig inzicht te verkrijgen wat de huishoudens van de weinig bedeelde groep 1 (een kwart van de huishoudens) uitgaven voor water, voeding, transport, medicijnen en onderwijs. Circa 70% van de uitgaven werd besteed aan water en voeding.

Voor de huishoudens die tot groep 2 (60%) gerekend konden worden waren er belangrijke verschillen vast te stellen. Toch kon je concluderen dat deze huishoudens circa de helft van hun uitgaven aan water en voeding moesten besteden, om ondervoeding van hun kinderen te vermijden. Groep 1 en 2 vormden samen 85% van de bevolking in deze 20 woonblokken in 1996.

Tijdens zijn studie, planologie en antropologie, had hij een verhaal geschreven over het wonen en leven in de douar Sidi Mhamed in de Kroumiri van Tunesië. Dat betrof 60 huishoudens waar welvaart en armoede naast elkaar bestonden. Vijf huishoudens beschikten over ruim 80% van de karige grond in 1966. De overige 55 huishoudens konden ploeteren op een of twee kleine perceeltjes om toch zelf wat groenten en fruit te verbouwen. Omdat er bospaden werden aangelegd konden de mannen zware arbeid verrichten met schoppen en houwelen. Dat leverde meel op voor het zelf bakken van brood en enige Tunesische dinars om thee, koffie en suiker te kopen in het lokale winkeltje. Een paar geiten konden grazen op open plekken in de bossen.

Vrouwen konden bij een bron, water halen en hout sprokkelen om hun eten te bereiden. Voor werkzaamheden in Frankrijk of elders in Europa werden enige mannen geronseld in Sidi Mhamed. Zij hoopten aan gene zijde van de Middellandse Zee voldoende inkomsten te verwerven om een deel hiervan te kunnen sturen naar hun familie in deze douar of elders in de Kroumiri . Eén familie was naar Tunis getrokken. Mathieu kon hen bezoeken in de wijk Saida Manoubia. Een “spontane nederzetting” aan de rand van een zoutmeer.

Waar het afval van de hoger gelegen woonwijken van Tunis werd gestort. De stank was vreselijk, maar je kon daar goedkoop wonen of een kamer huren in 1968. Later is deze “gourbiville”, zoals deze in Tunis genoemd werd, gesaneerd en de gemeente heeft toen het woonrecht verleend aan huishoudens, voor alle kavels met een oppervlak van minstens 60 m2. Vergelijkbare condities voor een beperkte woonplek kun je in 2022 in diverse metropolen in Afrika aantreffen. Als er vóór 2025 geen forse maatregelen worden getroffen in Burkina Faso, zal dit waarschijnlijk ook de toestand zijn voor ruim 1 miljoen bewoners in Grand Ouaga , horizon 2040.

In dit verhaal werd er van uitgegaan dat alle Burkinabé het recht hebben om zich te vestigen in Grand Ouaga. Compensatie betalen aan de lokaal erkende gebruiker van de grond, om een kavel van maximaal 600 m2 in gebruik te kunnen nemen, is dan de algemeen aanvaarde voorwaarde voor vestiging in dit territoir van het oude koninkrijk van de Mossi samenleving.

Speculanten die grote terreinen hebben weten te verwerven, maar deze tot heden NIET benut hebben om investeringen uit te voeren, vooral om woningen te bouwen en landbouwbedrijven op te zetten, zullen dan door de Overheid moeten worden onteigend. Dat is ook wenselijk voor lege woonkavels in verkavelde wijken, die al tenminste 5 jaar niet benut worden. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zal ook gelden voor een beleid dat gericht is op het paaien van welgestelde families in Grand Ouaga.

In de jaren, 1978 tot 2005 dat Mathieu regelmatig in Ouagadougou verbleef, heeft hij diverse studenten van de universiteit van Ouagadougou en van enige Nederlandse universiteiten, kunnen betrekken bij de uitvoering van onderzoek. Het is niet zijn bedoeling om hier uitgebreid over uit te wijden. Wel wil hij enige relevante onderwerpen aan de orde stellen, die waarschijnlijk ook van belang zijn voor de inrichting van Grand Ouaga in de komende jaren.

Tijdens een verkenning in verkavelde in 1980 wijken bleek dat meer en minder welgestelde families in hetzelfde woonblok waren gevestigd. Dat was ook het geval in de spontane nederzettingen. Rijk , minder rijk en arm woonden kris kras naast elkaar. Deze huishoudens in de SN gaven duidelijk aan dat zij weinig of geen interesse hadden om in een appartement op drie of vier hoog te gaan wonen. In gesprekken over de meest gewenste kavelmaat bleek dat zij de grootste maat zouden kiezen, ook als dit betekende dat deze kavel ver verwijderd was van het centrum van Ouaga. Een kavelmaat van 225 tot 300 m2 werd wel aanvaard , maar vonden de meeste families toch te klein.

Toegang tot en kavelmaat van 400 tot 600 m2 zou hen aansporen om daar heen te trekken. Het pleidooi van Mathieu om alle kavels toe te wijzen aan twee personen werd verworpen. Mannen wensten dat de kavel op hun naam werd geregistreerd. Opsplitsing van kavels in deel A (voor de man) en deel B (voor zijn vrouw) haalde het niet. Echter na het overlijden van de man, kon de vrouw verdreven worden door de familie van de man, zeker als zij weigerde om de tweede echtgenote te gaan spelen voor een broer van de overleden man. Dit leverde vaak schrijnende situaties op voor de weduwe en haar kinderen, die tussen wal en schip vielen. Mogelijk kan dit bij verwerving van ruimere kavels wel beter geregeld worden. Gelijkberechtiging van mannen en vrouwen vereist nog altijd de nodige aandacht, ook in Grand Ouaga.

Is de nieuwe regering die in 2022 is aangetreden bereid om ruime aandacht te besteden aan de benarde woonsituaties in Grand Ouaga? Tijdens de overdracht van de taken van de voormalige minister aan zijn opvolger in maart 2022 werd duidelijk gesteld dat het woonprobleem alle aandacht verdiende. Zonder duidelijk ruimtelijk beleid zullen vele nieuwe SN ontstaan en de woonverdichting ook belangrijk toenemen in de reeds bestaande SN. Tijdens de gevoerde palavers in 1980 in de wijk Wagadogo is ook een andere variant voor de herinrichting aan de orde gesteld waarbij circa 60% van de bestaande bebouwing kon worden behouden. Toch koos toen 75% voor het alternatief waarbij slechts 30% van de woningen binnen de kavel kon blijven staan. Wel vaak schots en scheef maar vele huishoudens hebben dit in de loop der jaren zelf aangepast. Ook bij handhaving van 60% van de bestaande bebouwing konden aanvaardbare wegen, straten en publieke ruimte voor de bouw van voorzieningen, gerealiseerd worden. De kavelmaat zou dan wel beduidende verschillen vertonen. Dat vond men niet rechtvaardig. In de gekozen variant, met 30% handhaving van de bestaande bebouwing, konden alle huishoudens in de wijk blijven wonen. In de 60% variant zouden een kwart van de huishoudens naar een overloopgebied moeten verkassen.

Het besluit van Thomas Sankara om de 30% variant te kiezen is van 1985 tot 2005 toegepast door Urbanisme et Habitat en de gemeente Ouagadougou. Zo zijn er in deze periode 150.000 legale kavels tot stand gekomen. Ook in de 10 kerndorpen werden in totaal 30.000 kavels gemarkeerd. Tot 1984 waren woonrechten (PUH) verstrekt voor circa 20.000 kavels. Totaal waren in 2005 in Grand Ouaga derhalve circa 200.000 kavels in het kadaster geregistreerd.

Per hectare kunnen, op basis van 400 m2 per kavel , 15 kavels worden gemarkeerd. De overige ruimte (4000 m2) is dan beschikbaar voor wegen, straten en publieke voorzieningen. Uitvoering van een omvangrijk programma, vereist een gekwalificeerd team met alle bevoegdheden om knopen door te hakken. Cruciaal is dat dit team uit integere en honorabele personen moet bestaan, om corruptie te vermijden. Drie inspecteurs zouden door de regering benoemd kunnen worden om dit team ieder semester te controleren en een openbaar rapport te laten presenteren. Om 300.000 nieuwe woonkavels te markeren is een oppervlek nodig van 20.000 ha. Deze ruimte is stellig beschikbaar in Grand Ouaga. Het hoofdwegennet is reeds aanwezig en de tien bestaande kerndorpen kunnen als belangrijke satellietsteden gaan fungeren. Ook kunnen er vele kansen te benut worden voor de opvang van water en de productie van voedsel voor de inwoners van deze metropool Grand Ouaga, horizon 2040.

De regering die in 2022 is aangetreden in Burkina Faso is stellig in staat om dit programma uit te voeren in dit wijde ommeland van Ouagadougou. Of de politieke wil aanwezig is om dit ook te doen , kan Mathieu niet beoordelen. De natuurlijke toename van de bevolking en vooral ook de talrijke migranten en interne vluchtelingenstroom zal de noodzaak om woonplekken in te richten stellig hoog op de agenda plaatsen van de overheid in dit land.

Niets doen is geen optie, want dan dreigt er ongetwijfeld een systeem van “apartheid “ te ontstaan, zoals dit in de koloniale tijd ook het geval was. Toen werden Voltanen enkel geduld in de urbane omgeving, indien zij bereid waren om hand en spandiensten te verrichten voor de welgestelden. Niets doen, zal ook inhouden dat talrijke Burkinabé zich op eigen initiatief een weg zullen gaan banen in Grand Ouaga. De meerderheid zal waarschijnlijk wel blijven wonen in een SN. Maar een belangrijke minderheid kan dan andere, minder fraaie wegen kiezen om in hun bestaan te voorzien.

Dat kunnen keuzes zijn die de orde en rust in vele wijken verstoren en de onveiligheid in ernstige mate doen toenemen. Vooral jonge mensen zullen pogen om naar Ivoorkust of Ghana te trekken om daar tijdelijk werk te vinden. In het recente verleden zijn zij ook vooral naar Italië getrokken om aldaar hand en spandiensten te verrichten in de landbouw. Het traject naar Europa , via de Sahara, naar Libië, Tunesië, Algerije en Marokko is een gevaarlijke onderneming. Vooral de overtocht over de Middellandse zee.

Zij die daar wel in slagen om Europa te bereiken, worden vaak in kampementen gevestigd , waar zij maanden of jaren verblijven.

De kans om zonder veel kosten en hindernissen een eerlijk bestaan op te bouwen in Europa is voor migranten heel klein. Bovendien is acceptatie in een gemeenschap zelden het geval in een urbane of rurale samenleving in Europa.

Ruime kavels bieden vele mogelijkheden voor jong en oud, man en vrouw, om te kunnen voorzien in de meest dringende basisbehoeften, water, voeding en onderdak. De helft van de urbane samenleving beschikt over voldoende middelen om, naast deze basisbehoeften, meestal ook te voorzien in transport, onderwijs, medische verzorging , sport, cultuur etc. Ook de tijdelijke opvang van leden van hun eigen “buudu” en vluchtelingen is dan mogelijk.

De andere helft van de weinig of minder bedeelden, zal veelal in de informele sector speuren naar middelen van bestaan. De lokale markten spelen hierbij stellig een belangrijke rol. Kleding, schoenen, huisraad, fietsen, elektrische apparatuur, telefoon enz. wordt overwegend ingevoerd uit India en China.

Vanuit het ommeland en ook uit andere regio’s van het land worden voedingsmiddelen op deze markten aangeboden. Daar ontbreekt het meestal niet aan, wel aan de middelen om deze te kunnen kopen. Hier wringt de schoen voor een kwart van de urbane samenleving. Als je maar FCFA 10.000 per week beschikbaar hebt om deze voedingsmiddelen te verwerven, dreigt er ondervoeding vooral voor kinderen. Enkele grote bedrijven beschikken over voldoende kapitaal en kunnen leningen afsluiten om in Grand Ouaga , groenten, fruit en vlees te produceren. Dat is stellig nodig voor de voedselvoorziening voor de meer en minder bedeelden. Om ondervoeding en langdurige honger te vermijden voor huishoudens die niet over de middelen beschikken om deze voeding te kunnen kopen, zal toch gezocht moeten worden naar haalbare oplossingen voor deze problemen. Een eigen woonkavel van 400 m2 kan deels benut worden voor de productie van groenten en fruit. Dat lost stellig niet het tekort aan voedingsmiddelen op, maar kan hier wel een belangrijke bijdrage aan leveren.


Bussum, 15 maart 2022
coenbeeker[@]gmail.com